sneeuwvlok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sneeuw·vlok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sneeuwvlok sneeuwvlokken
verkleinwoord (sneeuwvlokje) (sneeuwvlokjes)

Zelfstandig naamwoord

sneeuwvlok v/m

  1. (meteorologie) een kleine massa aaneengehechte sneeuwkristallen
    • Er zijn een paar sneeuwvlokjes gevallen, maar er bleef niets liggen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie