sneeuwvlok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sneeuw·vlok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sneeuwvlok sneeuwvlokken
verkleinwoord (sneeuwvlokje) (sneeuwvlokjes)

Zelfstandig naamwoord

sneeuwvlok v/m

  1. (meteorologie) een kleine massa aaneengehechte sneeuwkristallen
    • Er zijn een paar sneeuwvlokjes gevallen, maar er bleef niets liggen. 
     Door een kier onder de deur kwamen er steeds sneeuwvlokken naar binnen gewaaid en ik voelde mijn slaapzak langzaam vochtig worden.[1]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be