smartelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smar·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen smartelijk smartelijker smartelijkst
verbogen smartelijke smartelijkere smartelijkste
partitief smartelijks smartelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

smartelijk

  1. lijden veroorzakend
    • De smartelijke dood van de geliefde vorstin zou nog lang de gemoederen in beweging houden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders
85 % van de Vlamingen.