slimmerik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slim·me·rik
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van slim met het achtervoegsel -erik.
enkelvoud meervoud
naamwoord slimmerik slimmeriken
verkleinwoord slimmerikje slimmerikjes

Zelfstandig naamwoord

slimmerik m

  1. iemand die slim, vindingrijk is (soms ook ironisch bedoeld)
    • Er zijn altijd wel slimmeriken die daar handig op inspringen. 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
een slimmerik

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be