skihut

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ski·hut
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord skihut skihutten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

skihut v/m

  1. (sport) een klein gebouw in de bergen waarin skiërs kunnen uitrusten en wat gebruiken
    • In dit gebied kun je kiezen uit 30 gezellige skihutten, waar culinaire gerechten uit de alpiene en mediterrane keuken worden geserveerd.[1] 
    • Met een beetje geluk ontwaar je een stube tussen de afgestorven naaldbomen, welk etablissement bij nader inzien een ordinaire skihut blijkt te zijn waar landgenoten met elkaar op de vuist gaan op de bonkende klanken van Jetzt geht’s los van DJ Ötzi. De glühwein is alleen per strekkende meter te bestellen voor de prijs van een doos uitstekende champagne.[2] 
    • “Ik begon met twee skibanen in Zoetermeer. Daarna volgde de vestiging in Landgraaf, waar sindsdien officiële World Cup- en Europa Cup-wedstrijden plaatsvinden en toppers uit de hele wereld komen trainen. Dubai, Tsjechië en Italië; overal vragen ze ons om kennis en ervaring te delen. Ik ben pas tevreden als het verwachtingspatroon van mijn gasten is overtroffen. Van de jägerthee in de Bierstube tot de Après Skihut; je hebt het idee écht op wintersport te zijn. We zijn bezig om ook in Barcelona en Parijs een SnowWorld neer te zetten. Alleen al rond Parijs zijn er 1 miljoen geregistreerde wintersporters. Genoeg animo”[3] 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 03 mrt. 2017
  2. de Telegraaf 17 feb. 2017
  3. de Telegraaf 10 jun. 2016