sigaret

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • si·ga·ret
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sigaret sigaretten
verkleinwoord sigaretje sigaretjes

Zelfstandig naamwoord

sigaret v/m

  1. rolletje fijngekorven tabak in een omhulsel van speciaal papier, om daarin gerookt te worden
    Sigaretten zijn slecht voor de gezondheid.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl