schuifraam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

het onderste schuifraam kan open geschoven worden
Uitspraak
Woordafbreking
  • schuif·raam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schuifraam schuiframen
verkleinwoord schuifraampje schuifraampjes

Zelfstandig naamwoord

schuifraam [1]

  1. (bouwkunde) een raam dat door schuiven opengezet of gesloten kan worden
    • Er werd een ruime parking met keerpunt aangelegd en in de zijgevel van het gebouw zit een afhaalluik met schuifraam. Voor een vlotte circulatie wordt gewerkt met een in- en uitgang voor auto’s, zoals bij fastfoodketens als Quick of McDonald’s. [2] 
    • De kerkreceptie, voorzien van glazen schuifraam boven de ontvangstbalie, doet dienst als epicentrum van de schmink. Het sprinttempo waarin de 32 artiesten straks na elkaar het podium op moeten, vertaalt zich naar lichte hectiek tussen de poederkwasten en camouflagestiften. Achter een wolk haarlak is voor de kenner volkszangeres Sieneke te ontwaren. [3] 
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard VRIJDAG 20 OKTOBER 2017
  3. Tubantia Stefan Raatgever 02-juli-2015