schaterlach

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scha·ter·lach
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schaterlach schaterlachen
verkleinwoord schaterlachje schaterlachjes

Zelfstandig naamwoord

schaterlach m

  1. uiting van vreugde
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schaterlachen

schaterlach

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaterlachen
    • Ik schaterlach. 
  2. gebiedende wijs van schaterlachen
    • Schaterlach! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaterlachen
    • Schaterlach je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.