schaamteloos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schaam·te·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schaamteloos schaamtelozer schaamteloost
verbogen schaamteloze schaamtelozere schaamtelooste
partitief schaamteloos schaamtelozers -

Bijvoeglijk naamwoord

schaamteloos

  1. zonder schaamte
    • Dat meisje vertoont een schaamteloze spontaniteit. 
     Ik zei dat het een eer voor mij was haar te ontmoeten. Zij beaamde dat met een knikje Nu ik haar schaamteloos kon aankijken omdat zij voor mij stond, zag ik mijzelf genoodzaakt te concluderen dat zij niet echt mooi was, althans niet op de banale manier waarop mooie vrouwen doorgaans mooi zijn.[1]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 31
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be