savoir

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
savoir
/savwaʁ/
savais
/savɛ/
su
/sy/
derde groep volledig

Werkwoord

savoir

  1. weten
    «Sais-tu où est Marc?»
    Weet jij waar Marc is?
  2. kennen
    «Je ne sais pas ma leçon.»
    Ik ken mijn les niet.
  3. kunnen
    «On ne saurait tout prévoir.»
    Men kan ook niet alles voorzien.