samenwerkingsrelatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·wer·kings·re·la·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord samenwerkingsrelatie samenwerkingsrelaties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

samenwerkingsrelatie v

  1. contacten tussen mensen en organisaties die erop gericht zijn om gemeenschappelijke doelstellingen te verwezenlijken
    • De ondertekening in de Mozaïkzaal [sic!] van het stadhuis betekent een nieuwe stap in de samenwerkingsrelatie met Dalian. Alle partijen spreken hiermee de wens uit door samenwerking op het gebied van internationale handel en wederzijdse investeringen de economie te versterken. [1] 
    • Toch blijft merendeel van de ondervraagden erbij dat ze werk en privé liever gescheiden houden (65 procent). Volgens de experts is dat maar beter ook. Een affaire op de werkvloer zorgt namelijk voor meer spanningen. "Dat kan invloed hebben op de onafhankelijkheid van de samenwerkingsrelatie. Ook kan er achterdocht en irritatie ontstaan wanneer verhoudingen niet transparant zijn." [2] 
    • Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) verwelkomt het Europees geneesmiddelenagentschap EMA in Amsterdam. "We zien het als een grote eer dat Nederland een meerderheid van stemmen heeft gekregen van de 27 Europese lidstaten. Het CBG is een van de Europese hoofdrolspelers in centrale geneesmiddelenbeoordeling en geneesmiddelenbewaking. We zien uit naar de voortzetting van de samenwerkingsrelatie met de EMA in haar nieuwe thuishaven", aldus directeur Hugo Hurts. [3] 

Gangbaarheid


Verwijzingen