rouwen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rou·wen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rouwen
rouwde
gerouwd
zwak -d volledig

Werkwoord

rouwen

  1. inergatief de emotionele nasleep van het overlijden van een geliefd persoon
    • Zij rouwden nog lang na de dood van hun vader. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.