rondtrekken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rond·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rondtrekken
trok rond
rondgetrokken
klasse 3 volledig

Werkwoord

rondtrekken

  1. inergatief zonder duidelijk doel van de ene plaats naar de andere gaan
    • We hebben deze vakantie een beetje door Nieuw-Engeland rondgetrokken. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.