rijweg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rij·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rijweg rijwegen
verkleinwoord rijweggetje rijweggetjes

Zelfstandig naamwoord

rijweg m

  1. (verkeer) een weg die bestemd is om bereden te worden
    • Ze gingen van een langweggetje naar een normale rijweg. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie