rijvak
Uiterlijk
- rij·vak
- samenstelling van rij ww en vak zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rijvak | rijvakken |
| verkleinwoord | - | - |
het rijvak o
- met strepen op het wegdek afgebakend deel van een weg waarop auto's achter elkaar rijden
- Een van de rijbanen is beschadigd door een bominslag zodat alle verkeer over een rijvak moet. [1]
- Het woord rijvak staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "rijvak" herkend door:
| 91 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ [https://www.nrc.nl/nieuws/1991/02/11/basra-doelwit-hevige-aanvallen-geallieerden-6956510-a595669Estrade,+B. Basra doelwit hevige aanvallen geallieerden (1 februari 1991) op website: nrc.nl]; geraadpleegd 2017-06-21
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 91 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %