Naar inhoud springen

respecteren

Uit WikiWoordenboek
  • res·pec·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
respecteren
respecteerde
gerespecteerd
zwak -d volledig

respecteren

  1. overgankelijk iemand in aanzien houden, iemand in acht nemen
    • Je moet je ouders respecteren, want zíȷ́ hebben je tenslotte op de wereld gezet! 
  2. overgankelijk zich ergens aan houden, iets naleven
    • Zij respecteerden de rechten van de oorspronkelijke bewoners. 
  1. eerbiedigen, waarderen, in acht nemen
  2. eerbiedigen, nakomen, naleven, verwezenlijken
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]