repro

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·pro
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord repro repro's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

repro m

  1. (afkorting) verkorting van reproductie en als zodanig ook als eerste deel van samenstellingen
  2. afdeling waar kopieën gemaakt worden
    • Ook zette de gemeente het eigen kopieerapparaat aan om vijftig stembiljetten bij te drukken. ‘In onze repro hebben we gelukkig een speciale printer die dat op dat formaat kan.’ [1] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Volkskrant 16 maart 2017