representeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·pre·sen·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
representeren
representeerde
gerepresenteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

representeren

  1. overgankelijk vertegenwoordigen
    • Zij zullen België representeren op het festival. 
  2. voorstelling of een symbool zijn van iets anders
    representeren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Vertalingen