representeren
Uiterlijk
- re·pre·sen·te·ren
- afgeleid van het Franse représenter (met het achtervoegsel -eren)
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| representeren |
representeerde |
gerepresenteerd |
| zwak -d | volledig | |
representeren
- overgankelijk vertegenwoordigen
- Zij zullen België representeren op het festival. [1]
- voorstelling of een symbool zijn van iets anders
1.
- Het woord representeren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -eren in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal