representatief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·pre·sen·ta·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen representatief representatiever representatiefst
verbogen representatieve representatievere representatiefste
partitief representatiefs representatievers -

Bijvoeglijk naamwoord

representatief

  1. met bepaalde kenmerken een groep of geheel vertegenwoordigend
    • Dat vonden we toch wel een representatieve steekproef. 
  2. een goede indruk makend
    • Hij had een representatief uiterlijk. 
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be