regime

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gi·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord regime regimes
verkleinwoord regimetje regimetjes

Zelfstandig naamwoord

regime o

  1. het bestuur van een land, vaak onderdrukkend, dwingend, alles omvattend
    • Het regime van Saddam Hoessein werd ten val gebracht. 
    • Hij is vooral bekend als criticus van het toenmalige communistische regime. 
  2. regels die voor iets of op een bepaalde plek gelden
    • Gedetineerden voeren actie tegen het versoberde regime. 
    • Op 1 januari 1992 werd het regime voor kapitaalverzekeringen ingrijpend gewijzigd. [2]
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. blz 185, Levensverzekeringen en pensioenen
    door C.H.C.W. Baelemans, R.C. Dukers, C. Weber
    Uitgegeven door Kluwer, 2007 ISBN 978-90-13-04145-3