referendum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·fe·ren·dum
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘(volks)stemming’ voor het eerst aangetroffen in 1892 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord referendum referenda, referendums
verkleinwoord referendumpje referendumpjes

Zelfstandig naamwoord

referendum o

  1. (politiek) een stemming over een wetsvoorstel, waarbij gestemd wordt door het volk zelf, niet door vertegenwoordigers van het volk
    • In het referendum stemde een meerderheid voor soevereiniteit. 
    • Maar het hele traject was democratisch (vrij referendum door parlement bekrachtigd) en vooral totaal geweldloos. Daarentegen is de repressie van het Spaanse centrale gezag ongekend en gewelddadig. [3] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen