reductie
Uiterlijk
- re·duc·tie
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vermindering’ voor het eerst aangetroffen in 1504 [1] [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | reductie | reducties |
| verkleinwoord | reductietje | reductietjes |
de reductie v
- (medisch) scheikundige herleiding, vermindering
|
|
- reductiedeling, reductiedoel, reductiedoelstelling, reductiegebied, reductiegetal, reductiekaart, reductietarief, reductievlak, reductionist
- Het woord reductie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "reductie" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "reductie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ reductie op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be