reconstrueren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·con·stru·e·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
reconstrueren
reconstrueerde
gereconstrueerd
zwak -d volledig

Werkwoord

reconstrueren

  1. overgankelijk opnieuw opbouwen
  2. overgankelijk een gebeurtenis volledig herbekijken
    • Het reconstrueren van het gebouw heeft jaren geduurd. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen