rechtsbegrip

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rechts·be·grip
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rechtsbegrip rechtsbegrippen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

rechtsbegrip o

  1. begrip of gevoel inzake recht of onrecht
  2. (juridisch) juridisch begrip
    • het ene rechtsbegrip is het andere niet 

Gangbaarheid