ranglijst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rang·lijst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ranglijst ranglijsten
verkleinwoord ranglijstje ranglijstjes

Zelfstandig naamwoord

ranglijst v/m

  1. klassement, lijst waarbij de elementen op volgorde van belangrijkheid, kwaliteit of prestatie staan
    • In de ranglijst van een wedstrijd staan de beste sporters meestal bovenaan. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be