klassement

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klas·se·ment
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klassement klassementen
verkleinwoord klassementje klassementjes

Zelfstandig naamwoord

klassement o

  1. de rangorde van deelnemers aan een wedstrijd
    • De renner die op de hoogste plaats van het algemeen klassement staat bij de Tour de France draagt de gele trui. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen