rancuneus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ran·cu·neus
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rancuneus rancuneuzer rancuneust
verbogen rancuneuze rancuneuzere rancuneuste
partitief rancuneus rancuneuzers -

Bijvoeglijk naamwoord

rancuneus

  1. met opgekropte gevoelens van haat of wraak
    • In Creed II keert de oude Ivan Drago (…) terug, bitter en rancuneus. Hij verloor na zijn nederlaag tegen Rocky baan, geld, reputatie en trofeevrouw: zij verliet hem voor een rijke oligarch. Zijn zoon, Viktor (…) is nu het vehikel van zijn wraak. [2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen