rancuneus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ran·cu·neus
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rancuneus rancuneuzer rancuneust
verbogen rancuneuze rancuneuzere rancuneuste
partitief rancuneus rancuneuzers -

Bijvoeglijk naamwoord

rancuneus

  1. haatdragend
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.