wraakzuchtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wraak·zuch·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wraakzuchtig wraakzuchtiger wraakzuchtigst
verbogen wraakzuchtige wraakzuchtigere wraakzuchtigste
partitief wraakzuchtigs wraakzuchtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

wraakzuchtig

  1. met een niet te bedwingen wens om wraak te willen nemen
    • De gescheiden man was zeer wraakzuchtig tegen zijn vroegere geliefde. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.