wraakzuchtig
Uiterlijk
- wraak·zuch·tig
- afleiding van wraakzucht met het achtervoegsel -ig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | wraakzuchtig | wraakzuchtiger | wraakzuchtigst |
| verbogen | wraakzuchtige | wraakzuchtigere | wraakzuchtigste |
| partitief | wraakzuchtigs | wraakzuchtigers | - |
wraakzuchtig
- met een niet te bedwingen wens om wraak te willen nemen
- De gescheiden man was zeer wraakzuchtig tegen zijn vroegere geliefde.
- In tegenstelling tot voor dieren had Hitler geen enkel medegevoel of empathie voor zijn medemensen en was zelfs volstrekt meedogenloos en wraakzuchtig wat zijn tegenstanders betreft.[1]
- Het woord wraakzuchtig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "wraakzuchtig" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Wikipedia
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be