racistisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·cis·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen racistisch racistischer
verbogen racistische racistischere
partitief racistisch racistischers -

Bijvoeglijk naamwoord

racistisch

  1. (sociologie) betrekking hebbend op racisme: een onderscheid makend tussen verschillende menselijke rassen en daaraan (meestal negatieve) kwalificaties verbindend
    • Minderheidsgroepen die hun levenlang [sic!] discriminatie ondervinden, zullen eerder aanstoot nemen aan een racistische opmerking dan iemand die nooit gediscrimineerd is. [1]
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Robbins, Stephen P. (2003). Beslis kundig, p. 66. Uitg.: Pearson Education, ISBN 9789043008181.