proteger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
  • IPA: /pɾo.te.ˈxer/
Woordafbreking
  • pro·te·ger

Werkwoord

proteger

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
proteger
protegía
protegido
volledig
  1. (overgankelijk) beschermen, verdedigen, in bescherming nemen
  2. beschutten, behoeden, beveiligen
  3. begunstigen
Synoniemen