processiedag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·ces·sie·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord processiedag processiedagen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

processiedag m

  1. (religie) periodiek terugkerend tijdstip waarop heilige voorwerpen in een plechtige optocht worden rondgedragen
    • Dit is het processiespel dat men altijd te Middelburg speelt op de processiedag, drie weken na Pinksteren en elf dagen na Sacramentsdag. [1]
  2. (religie) feitelijke datum voor een plechtige optocht met heilige voorwerpen
    • In de Onze Lieve Vrouwekerk te Maastricht bezat men ‘in de oude tijd’ heel mooie en kostbare vaandels. Om die kerkschatten niet te bederven, vond op een processiedag toen het geweldig regende, de ommegang niet plaats. [2]

Gangbaarheid

Verwijzingen