prioriteit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pri·o·ri·teit
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorrang’ voor het eerst aangetroffen in 1604 [1]
  • afgeleid van het Franse priorité of van prior met het achtervoegsel -iteit [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord prioriteit prioriteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

prioriteit v

  1. een rangschikking naar belangrijkheid, een zaak gerangschikt naar zijn ingeschat belang
    • We moeten de prioriteiten goed in de gaten houden. 
  2. voorrang
  3. prioriteitsaandeel of prioriteitsobligatie
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen