presbyopie
Uiterlijk
- Geluid: presbyopie (hulp, bestand)
- pres·by·o·pie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | presbyopie | - |
| verkleinwoord | - | - |
de presbyopie v
- (medisch) toenemende verzwakking van het accommodatievermogen van de ogen bij het klimmen van de jaren
- Het woord 'presbyopie' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "presbyopie" herkend door:
| 35 % | van de Nederlanders; |
| 45 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ presbyopie op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be