predispositie
Uiterlijk
- pre·dis·po·si·tie
- afgeleid van dispositie met het voorvoegsel pre-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | predispositie | predisposities |
| verkleinwoord | - | - |
de predispositie v
- (medisch) vatbaarheid
1. vatbaarheid
- Het woord predispositie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "predispositie" herkend door:
| 72 % | van de Nederlanders; |
| 73 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be