dispositie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dis·po·si·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘beschikking’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1456 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord dispositie disposities
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dispositie v

  1. (medisch) aanleg, vatbaar zijn voor
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen