potten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pot·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
potten
potte
gepot
zwak -t volledig

Werkwoord

potten [2] [3]

  1. (overgankelijk) in een pot doen
Hyponiemen

Zelfstandig naamwoord

potten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord pot

Werkwoord

vervoeging van
potten

potten

  1. meervoud verleden tijd van potten
    Wij potten.
    Jullie potten.
    Zij potten.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal