pootvis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • poot·vis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pootvis pootvissen
verkleinwoord pootvisje pootvisjes

Zelfstandig naamwoord

pootvis m [1]

  1. jonge vis die men in een viskwekerij opkweekt of in het vrije water uitzet
     Bij een brand in een palingkwekerij aan de Noordstraat in Wanroij is dinsdagmorgen 13.000 kilo pootvis verloren gegaan. Volgens de eigenaar van het bedrijf gaat het om jonge paling tussen de 5 en 15 gram.[2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Brand treft palingkwekerij Wanroij” (24-02-2009), Reformatorisch Dagblad
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be