ponder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pon·der
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van pond met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord ponder ponders
verkleinwoord pondertje pondertjes

Zelfstandig naamwoord

ponder m [1]

  1. weegschaal, unster
  2. iets dat een pond weegt
  3. balk die een vracht bijelkaar houdt
  4. nest voor hoenders
  5. -ponder: in samenstelling met een telwoord: aanduiding hoe zwaar iets is
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders;
42 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen