polshorloge

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pols·hor·lo·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord polshorloge polshorloges
verkleinwoord polshorlogetje polshorlogetjes

Zelfstandig naamwoord

polshorloge o

  1. een uurwerk dat om de pols gedragen wordt
    Hij had net een nieuw polshorloge gekocht, daarom moest het bandje nog iets worden ingekort.
Vertalingen