podium

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·di·um
enkelvoud meervoud
naamwoord podium podia
podiums
verkleinwoord podiumpje podiumpjes

Zelfstandig naamwoord

podium o

  1. een gewoonlijk verhoogde open ruimte waarop iets voor een publiek aanschouwelijk gemaakt kan worden
    Hij betrad het podium en zong een prachtige aria.
Vertalingen

Meer informatie