podium

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·di·um
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord podium podia
podiums
verkleinwoord podiumpje podiumpjes

Zelfstandig naamwoord

podium o [2]

  1. een gewoonlijk verhoogde open ruimte waarop iets voor een publiek aanschouwelijk gemaakt kan worden
    • Hij betrad het podium en zong een prachtige aria. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal