perfectioneren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • per·fec·ti·o·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
perfectioneren
perfectioneerde
geperfectioneerd
zwak -d volledig

Werkwoord

perfectioneren

  1. overgankelijk perfecter of volmaakter maken
    • Ze zijn het ontwerp aan het perfectioneren. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen