Naar inhoud springen

pel

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pel

Werkwoord

vervoeging van
pellen

pel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pellen
    • Ik pel. 
  2. gebiedende wijs van pellen
    • Pel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pellen
    • Pel je? 

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


Indonesisch

Woordafbreking
  • pel
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

pel

  1. dweil
  2. vel papier
  3. veld
  4. niet-officiële schrijfwijze voor pil "pil"