Naar inhoud springen

pel

Uit WikiWoordenboek
  • pel
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord pel pellen
verkleinwoord pelletje pelletjes

[A]depelv/m

  1. omhullende laag die als bescherming om iets heen is gegroeid
  2. klein stukje dat is losgeraakt van een omhullende laag
  3. benaming voor hoen waarvan het verenkleed bepaalde patronen met banden van donkere stippen vertoont

[A]depelm

  1. geen meervoud verwijdering van de omhullende laag die als bescherming om iets heen is gegroeid
vervoeging van
pellen

[A] pel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pellen
    • Ik pel. 
  2. gebiedende wijs van pellen
    • Pel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pellen
    • Pel je? 
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord pel pellen
verkleinwoord pelletje pelletjes

[B]depelm

  1. kleine verontreiniging op een oppervlak
89 %van de Nederlanders;
93 %van de Vlamingen.[8]
  • pel

pel

  1. dweil
  2. vel papier
  3. veld
  4. niet-officiële schrijfwijze voor pil "pil"