pees

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pees
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pees pezen
verkleinwoord peesje peesjes

Zelfstandig naamwoord

pees v/m

  1. (anatomie) een uitloper van spierweefsel die de spier aanhecht aan het bot
    • Pezen kunnen zeer veel spanning verdragen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

pees mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord pee

Werkwoord

vervoeging van
pezen

pees

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pezen
    • Ik pees. 
  2. gebiedende wijs van pezen
    • Pees! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pezen
    • Pees je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen