patrouille
Uiterlijk
- Geluid: patrouille (hulp, bestand)
- IPA: / paˈtrujə / (3 lettergrepen)
- pa·trouil·le
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verkenning’ voor het eerst aangetroffen in 1591 [1]
- van het Frans [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | patrouille | patrouilles |
| verkleinwoord |
- (militair) een groep militairen die samen op pad is
- Het woord patrouille staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "patrouille" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ "patrouille" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ patrouille op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Militair in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %