patrologie
Uiterlijk
- Geluid: patrologie (hulp, bestand)
- pa·tro·lo·gie
- In de betekenis van ‘kennis van de kerkvaders’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847 [1]
- afgeleid van het Griekse patro met het achtervoegsel -logie [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | patrologie | - |
| verkleinwoord | - | - |
de patrologie v
- (religie) kennis en geschiedenis van de kerkvaders
- wetenschap van de oudchristelijke letterkunde
1.
- Het woord patrologie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.