parodiëren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ro·dië·ren, pa·ro·di·eren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
parodiëren
parodieerde
geparodieerd
zwak -d volledig

Werkwoord

parodiëren

  1. overgankelijk belachelijkerwijs nabootsen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen