parenteel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ren·teel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord parenteel parentelen
verkleinwoord parenteeltje parenteeltjes

Zelfstandig naamwoord

parenteel

  1. groep van bloedverwanten afstammend van één bepaalde ouder of ouderpaar
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen parenteel parenteler parenteelst
verbogen parentele parentelere parenteelste
partitief parenteels parentelers -

Bijvoeglijk naamwoord

parenteel

  1. berustend op, rekenend naar de parentelen
  2. met betrekking tot ouders
Vertalingen

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders
52 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl