pandhof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

pandhof in Utecht
Uitspraak
Woordafbreking
  • pand·hof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pandhof pandhoven
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pandhof m [1]

  1. tuin die omgeven is door de kruisgang van een klooster
     Vlak bij de Domkerk van Utrecht ligt ook een tuin. Volgens Utrechters is dit Pandhof (15de eeuw) zelfs een van de mooiste binnentuinen van Nederland. Volgens sommigen zelfs mooier dan de Dom zelf - maar dat mag je alleen zachtjes zeggen.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Gemakkelijk 10.000 stappen zetten met de mooiste hofjes en binnentuinen van Nederland” (30 sep. 2016), De Telegraaf