osteoporose

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • os·teo·po·ro·se
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van Latijnse 'porosus' poreus met het voorvoegsel osteo- en (met het achtervoegsel -ose)
enkelvoud meervoud
naamwoord osteoporose -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

osteoporose v

  1. (medisch) botontkalking
    Ongeveer 850.000 Nederlanders (vooral zeventigplussers) hebben last van osteoporose. De opname van calcium in botten wordt bevorderd door vitamine D.
    Daarnaast is ook vitamine K essentieel voor gezonde en sterke botten. Waarschijnlijk zijn daarbij ook de mineralen kalium en magnesium van belang. Voldoende calcium en vitamine D blijken vooral heel belangrijk voor de aanmaak van sterke botten tijdens de groei. [1]
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. www.parool.nl