osteoporose

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • os·teo·po·ro·se
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van Latijnse 'porosus' poreus met het voorvoegsel osteo- en (met het achtervoegsel -ose)
enkelvoud meervoud
naamwoord osteoporose -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

osteoporose v

  1. (medisch) botontkalking
Vertalingen

Meer informatie