osso
Uiterlijk
- os·so
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | osso | osso's |
| verkleinwoord | - | - |
osso
- (straattaal) gebouw waar je woont
- ▸ „Kom naar me osso, gaan we een jonko bouwen,” was een alsmaar terugkomende zin die ik opving.[2]
- "osso" is een palindroom
- Het woord 'osso' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑ osso op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron Mirjam de Winter“Wigga” (8 september 2017) op nrc.nl
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| osso | ossa |
osso m
- "osso" is een palindroom
- van Protogermaans *uhsan- [1] [2]
osso m
- "osso" is een palindroom
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Straattaal in het Nederlands
- Palindroom in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Italiaans
- Woorden in het Italiaans van lengte 4
- Zelfstandig naamwoord in het Italiaans
- Anatomie in het Italiaans
- Palindroom in het Italiaans
- Woorden in het Oudnederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Oudnederlands
- Landbouw in het Oudnederlands
- Palindroom in het Oudnederlands