optimistisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ti·mis·tisch
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen optimistisch optimistischer meest optimistisch
verbogen optimistische optimistischere meest optimistische

Bijvoeglijk naamwoord

optimistisch

  1. van het positieve uitgaand
Vertalingen